Een bekkenbodem leert niet alleen aanspannen

We hebben een hele generatie geleerd haar bekkenbodem 'aan te spannen'. Maar voor veel vrouwen is dat niet het probleem, en zelfs deel van de klacht.

Hypertonie, een bekkenbodem die chronisch té actief is, komt veel vaker voor dan zwakte, en geeft net zulke klachten: pijn bij gemeenschap, moeilijk plassen, obstipatie, een diffuus gevoel van druk of 'er zit iets'.

Waarom aanspannen niet altijd helpt

De bekkenbodem is niet een spier die je óf aanspant óf ontspant. Hij is een koepel met voor, midden en achter, met oppervlakkige en diepe lagen, en hij werkt in voortdurende afstemming met je diafragma. Wanneer je inademt, verplaatst je middenrif naar beneden en zakt je bekkenbodem mee; wanneer je uitademt, komt hij terug omhoog. Een bekkenbodem die die beweging niet maakt, is een bekkenbodem die niet meer luistert.

Loslaten is niet niets doen. Het is iets actiefs, en voor veel mensen lastiger dan aanspannen.

Wat we wel doen

We beginnen met onderzoek: uitwendig altijd, inwendig alleen op jouw tempo en op indicatie. We kijken hoe je ademt, hoe je bekken op je adem reageert, of er asymmetrieën zijn in tonus. Dan leren we de bodem eerst weer 'meebewegen', niet aanspannen, maar volgen. Pas daarna, als het nodig is, bouwen we kracht op.

Voor sommige vrouwen is deze eerste fase al het hele traject. De klacht verdwijnt niet door harder werken, maar door beter luisteren.

← Vorige
Pacing na covid, belastbaarheid, niet prestatie
Volgende →
De adem als ingang, niet als oplossing