De adem als ingang, niet als oplossing

Niet voor iedereen is 'diep ademhalen' rustgevend. Voor sommige mensen, vooral na trauma, is het juist activerend. En dat vraagt een andere ingang.

In de algemene publieke taal is 'diep ademhalen' inmiddels synoniem aan ontspannen. Toch kom ik in de praktijk regelmatig mensen tegen voor wie bewust ademen juist paniek oproept, hartkloppingen geeft, of ze ineens heel leeg laat voelen.

Waarom dit gebeurt

Een lichaam dat lang in overlevingsstand heeft gestaan, heeft geleerd om weinig te voelen. Weinig voelen is vaak een gave, het houdt je functioneel. Plots bewust ademen brengt je terug naar binnen, en dat 'binnen' is soms overweldigend.

Vanuit polyvagaal perspectief: we vragen van een systeem dat in sympathische activatie of dorsale shutdown staat, om ineens in ventrale vagus te landen. Dat is fysiologisch een grote sprong, en die sprong voelt niet zacht.

Voordat we een lichaam vragen te ontspannen, moeten we het eerst vragen of het zich veilig voelt om te voelen.

Wat wel werkt

Bij gevoelige systemen beginnen we zelden met de adem. We beginnen met oriëntatie, zintuigen, kamer, contact met de grond. Met zachte manuele technieken aan de randen van het lichaam: voeten, handen, schedelbasis. Met stemoefeningen (zoemen, zuchten) die via de vagus werken zonder het 'ademwerk' te expliciet te maken.

Pas als er voldoende veiligheid is, komt de adem. En dan nooit geforceerd, maar uitgenodigd, klein, onderhandelend.

Ademhaling is een ingang, geen oplossing. Respect voor die nuance is vaak het verschil tussen een therapie die helpt en een therapie die opnieuw overvraagt.

← Vorige
Een bekkenbodem leert niet alleen aanspannen