Kaak, nek en nervus vagus: één verhaal

Wie komt met kaakpijn, komt zelden alleen met kaakpijn. Er zit vaak een hele nek, een schouderlijn en een zenuwstelsel aan vast.

CMD, craniomandibulaire dysfunctie, is de verzamelnaam voor klachten rond de kaakgewrichten, de kauwspieren en de structuren daar omheen. In de spreekkamer klinkt het vaak zo: hoofdpijn die begint bij de slapen, tandenknarsen 's nachts, een klik bij het openen van de mond, oorsuizen zonder dat de KNO iets vindt.

Drie lagen die meedoen

Bij CMD kijk ik altijd naar drie lagen tegelijk. Ten eerste: het lokale kaakgewricht zelf, mobiliteit, coördinatie, de meniscus in het gewricht. Ten tweede: de bovenste cervicale wervelkolom. C0-C1-C2 delen zenuwtakken met de kaak en geven elkaar pijn door; een stijve atlas maakt een stijve kaak, en andersom.

En ten derde, vaak onderbelicht: het autonome zenuwstelsel. De nervus vagus passeert deze regio aan de voorkant van de hals; de kauwspieren zijn nauw verbonden met de spieren waarmee we slikken, spreken en ademen. Wie chronisch klemkaakt, houdt óók zijn stem klein, zijn adem oppervlakkig, zijn vagale toon laag.

Een stijve atlas maakt een stijve kaak. En een stijve kaak maakt een zenuwstelsel dat moeilijk tot rust komt.

Hoe we werken

Een CMD-traject bij Vesta is zelden alleen manueel. We beginnen meestal met een grondig onderzoek van kaak, bovenste nek en adempatroon. De behandeling combineert gelede mobilisaties, specifieke kauwspiertherapie (inclusief intra-oraal, op indicatie en met toestemming) en ademwerk gericht op het diafragma. Waar het zinvol is, voegen we stemoefeningen toe, het strottenhoofd en de kaak werken in één systeem.

Veel cliënten merken dat de kaak niet alleen losser wordt, maar dat ook iets anders zachter wordt: slaap, spijsvertering, de algehele spanning. Dat is geen bijeffect. Dat is het systeem dat één stuk is.

← Vorige
Fuego del Útero, warmte als taal voor de baarmoeder
Volgende →
Pacing na covid, belastbaarheid, niet prestatie